KABELJAUW AAN DE KUST

Het vissen op kabeljauw vanaf het strand werkt eigenlijk zo'n beetje hetzelfde als het vissen op zeeforel: je trekt een waadpak aan, sluipt het water in en werpt zover je kunt. Het vissen op zeeforel is mijn favoriete manier van vissen, dus begrijp je wel dat het spinvissen op kabeljauw eveneens een van mijn favoriete bezigheden is.

Zelfs wanneer je het van meet af van aan hebt gemunt op kabeljauw, vang je af en toe toch een zeeforel. Dat is natuurlijk een leuke “bijzaak“, zie het maar als een bonus! En je kent het begrip “beginnersgeluk“... nou, dat is precies wat mijn vismaat Sascha gebeurde toen we de laatste keer erop uit trokken. Hij had nog nooit op kabeljauw met waadpak en spinhengel gevist en kon bij zijn eerste poging direct enkele mooie vissen landen. Maar dat is nog niet alles: hij had het geluk net voor de schemering – en dan begint het vissen op kabeljauw eigenlijk pas echt – een zeeforel te vangen!

De kunst is om de juiste stek te vinden en de juiste stek is daar waar je niet te veel begroeiing hebt waar je vast kunt raken. Een mix van zand, stenen en planten is ideaal. Je kunt het aas niet tot op de bodem laten zakken, maar je moet continu binnendraaien. Hier is het heel belangrijk om het juiste tempo te vinden. Draai je te langzaam heb je vaak vuil aan de haak en beweegt het aas zich niet meer correct. Draai je te snel dan neemt de kabeljauw je aas niet. Dit in tegenstelling tot de zeeforel.
Het belangrijkste is dus om de juiste snelheid te vinden waarmee je het aas heel dicht boven de grond kunt vissen, te “slepen“ zogezegd. Heb je een zandbodem en geen hindernissen kun je het aas natuurlijk variabel presenteren. Nu kan ik het aas ook eens naar de bodem laten zakken, twitchen en dan binnendraaien. Vaak komt op dat moment ook de aanbeet. En dan is er nog de “klassieke“ methode, namelijk “gewoon pilkeren“. Maar wel met het verschil dat ik geen pilker als aas gebruik, maar een lepel. Die tuimelt dan mooi naar de bodem.
Alle drie de manieren hebben mij vis opgeleverd en je moet gewoon even zoeken welke manier de beste is.

Je kunt met hetzelfde materiaal vissen als bij het vissen op zeeforel, maar ik heb wel een voorkeur voor iets zwaarder materiaal. Ik gebruik bijvoorbeeld een Pezon & Michel Oceaner Azimuth 2,7 meter, 15-50 gram. Deze hengel combineer ik met een 3000 Oceaner ZI FV waar ik een gevlochten lijn opspoel met een diameter van 0,13 – 0,15 mm. Vergeet niet om als laatste een voorslag van minstens een meter fluorocarbon te maken. Dit beschermt enerzijds tegen slijtage bij mosselen en stenen en anderzijds is fluorocarbon voor de vissen niet zo goed zichtbaar.

Met een wat hardere hengel kan ik een zwaardere lepel gebruiken om verder te werpen, want vaak staat de kabeljauw zeker tot aan de schemering verder uit de kant. Bovendien kun je best wat extra power gebruiken om in zones waar hindernissen zijn de kabeljauw van de bodem omhoog te krijgen. Kun je dat namelijk niet, is het gevaar groot dat je vissen tussen de stenen gaat verliezen.

Mijn favoriete aas is de Pezon & Michel Tease lepel. Die gebruik ik ook voor zeeforel en is voor de kabeljauw qua vorm en afmeting een prima prooivis.

In deze tijd van het jaar zijn hier namelijk haringen aan het paaien en dat weet de kabeljauw ook en volgt de haring.

Als de zon dan langzaam ondergaat is het niet alleen een prachtig schouwspel van de natuur, maar tegelijkertijd het startschot voor de kabeljauw, want die komen dan pas echt op gang!

Er zijn dagen bij dat het iedere worp raak is. En ook als het donker is geworden hoef je niet te stoppen, want je krijgt nog aanbeten wanneer je zelf nog amper wat kunt zien.

Pak dus je zeeforeltackle, of nog beter: neem een wat zwaardere combinatie en ga eens gericht op kabeljauw aan de kust. Het is ongelooflijk leuk, vooral wanneer ze in het ondiepe water voor de kust aan het jagen zijn en het aas met volle overtuiging pakken!

Veel plezier en tight lines,


Christian Kitzki