PELAGISCH VERTICALEN

Als voortzetting op de geweldige video over het pelagische snoekbaarsvissen met Simon Torenbeek (klik op de link om deze te bekijken), wil ik je wat meer vertellen over het materiaal dat ik voor deze coole methode gebruik.

Het eerste dat je nodig hebt is een boot, een kajak of een belly boot. Op sommige dagen geldt hoe kleiner hoe beter. Zeker als het water helder is en de zon schijnt, want dan heb je minder schaduw. Het idee is om jezelf exact boven de vis te positioneren, dus het laatste dat je wilt is dat ze schrikken! Bij een grote boot heb je een grotere motor nodig en het extra geluid kan de vissen doen schrikken. De luchtbellen die ontstaan kunnen bovendien problemen bereiden bij het gebruik van de visvinder. Elk geluid kan de vis storen. Ook het laten vallen van het aas in de boot. Je moet dus altijd zo stil mogelijk zijn en de vis als het ware besluipen. Je vraagt je wellicht af waarom ik geen elektromotor gebruik. Het probleem zijn hier de afstanden die ik moet afleggen om de vis te vinden en daarvoor is een benzinemotor de beste optie. Het switchen naar een elektromotor als je de vis gevonden hebt kan ook problematisch zijn omdat je het risico loopt herrie te maken bij het te water laten en je kostbare tijd verliest bij het laten zakken van het aas.

Als regel vis ik nooit dieper dan 12 meter om het risico te vermijden dat een vis moet lijden aan decompressie. Zoek over het algemeen de diepere delen van het water, hoewel dit afhankelijk van het jaargetijde kan wisselen. De watertemperatuur is bij deze methode de factor die bepalend is. Hier een aantal adviezen waar je in welk jaargetijde moet vissen:

Lente: het ijs is gesmolten en de snoekbaars begint de reis naar de paaigronden, dus moet je afvallende taluds en diepe stekken in de buurt van de paaigronden aansturen. De vis is daar waar het water dankzij de lentezon zich opwarmt. Het is helemaal niet vreemd om vissen op een diepte van 1 tot 3 meter te spotten. Ook wanneer het er 15 tot 20 meter diep is.

Na het paaien: zelfde stekken als in de lente, maar het vissen is eenvoudiger.

Zomer: het vissen wordt moeilijker. De aasvissen zoeken naar de koelere zones en de scholen gaan uit elkaar. Roofvissen zijn nu moeilijk te vinden.

Herfst: wanneer het water kouder wordt, komen de scholen prooivissen bij elkaar, gevolgd door de snoekbaars. Richt jezelf op diepe zones en taluds.

Met deze informatie als basis ga je erop uit en ga je op zoek naar vis. Je hebt denk ik al begrepen dat een essentieel onderdeel van het materiaal de visvinder/dieptemeter of beter gezegd visvinders zijn. Eenmaal op het water moet je met een lage snelheid varen en je ogen moeten kleven aan de beeldschermen van de dieptemeters. Ik begin meestal te zoeken met een 2D setup en een gevoeligheid van 2/3, omdat je moet kunnen zien of je dichtbij of ver weg van de vis bent. Het Side Imaging helpt je om de algemene positie van de vis te bepalen. Ik lokaliseer de vis met 2D en met behulp van referentiepunten. Referentiepunten zijn echt handig bij het vinden van een vis die je hebt gespot en kunnen een goede indicator zijn voor toekomstige sessies.

Een van de redenen waarom je de Side Imaging technologie nodig hebt is dat het je de kans geeft om te “zien” wat er rondom de boot gaande is en je daarmee kostbare tijd wint. Als je iets ontdekt dat er interessant uitziet, vaar je er nog eens overheen en positioneer je de boot net boven hetgeen je hebt waargenomen. Eenmaal in positie, laat je het aas zakken. Stop dit zeker 1 meter boven de vis, want je wilt de vis niet laten schrikken. De vis moet naar je aas toekomen en het nemen. Dit is het moeilijkste deel van de techniek: de dieptemeter juist te lezen, de boot te positioneren en op de stek te blijven terwijl je het aas laat zakken.

En wat doe je nu? Je bent niet aan het jiggen op exotische zeevissen, dus denk eraan dat langzame en kleinere bewegingen over het algemeen beter zijn. Als je het aas te hard beweegt draaien de snoekbaarzen je de rug toe. Meestal is het voldoende om af en toe een kleine twitch te maken. Dat zet ze in beweging. Ik heb snoekbaars van 6 meter afstand zien komen om het aas te pakken, dus geloof me als ik je zeg dat ze echt wel weten wat er ver daarboven gebeurd! Je kunt het aas ook op dezelfde snelheid binnen halen als de snoekbaars stijgt en als ze op de klassieke presentatie niet reageren kan dit echt je dag redden. Wanneer de vis snel naar je aas stijgt kun je er zeker van zijn dat het aas ook wordt genomen. Wanneer ze niet actief zijn stijgen ze langzamer, Met name grote snoekbaars reageert vaak zo. Dan is het een kwestie van kalm blijven! Is de vis dicht bij het aas moet je het stil houden. Gebeurt er niets, geef dan een kleine twitch en wees voorbereid!

Laten we kijken naar het materiaal dat we nodig hebben. Ideaal is een relatief korte sterke hengel, 1,8  meter tot 2,10 meter lang met een werpgewicht van 30 tot 50 gram. De korte hengel geeft je de mogelijkheid om onder de transducer te vissen en geeft maximale power om de haak goed te kunnen zetten. Ik heb zelf de voorkeur voor de GUNKI SHIGEKI C210-H en de YURAI C210-H. Hierop hoort een kwaliteitsreel waarmee het aas probleemloos kan zakken. De GUNKI BC 2000 is hiervoor perfect. Een baitcastreel geniet de voorkeur, omdat je een hand vrij hebt om de boot te sturen en de electronica kunt bedienen. Op de reel komt PEZON & MICHEL SLIDE BRAID. Die is super soepel en minimeert ongewenste trillingen. Als leader gebruik ik een stuk PEZON & MICHEL ICE FLUOROCARBON van 41/00 met een lengte van ongeveer 50 cm. Als de snoek echter actief is dan gebruik ik natuurlijk dikker materiaal.

Nu wat over mijn favoriete onderdeel: het kunstaas! Om eerlijk te zijn is dit kunstaas de reden waarom ik met GUNKI ben gaan vissen: de 7” V2RIGGLE is precies het juiste aas voor deze manier van vissen. Niet voor niets vis ik hier 80% van de tijd mee. Wanneer ik pelagisch ga vissen, dan vis ik gericht op kanjers en daar moet ik ook passend kunstaas van grote kwaliteit voor hebben! Ik vis ook met de GUNKI V2IB. Soms maakt het beetje extra beweging in de staartpeddel het verschil om een vis te triggeren om toe te happen. Wanneer de vissen zich dichter bij de oppervlakte bevinden (1 tot 1,5 meter) kies ik voor natuurlijke kleuren. De in  2017 nieuwe Brown Shiner en Blue Ice worden het helemaal. Zit de vis dieper (5 tot 11 meter) kies ik voor contrastrijke kleuren als de CONTRAST PINK of de ORANGE CHART BELLY.

Ik monteer mijn aas op loodkoppen van 30 gram. Je kunt grotere koppen gebruiken (tot 50 gram) afhankelijk van de omstandigheden (wind) en de diepte waar de vissen zich bevinden (hoe dieper, hoe zwaarder). Ik kies echter voor de kleinst mogelijke maat om de montage zo natuurlijk mogelijk te laten lijken. Het nadeel van deze methode is dat de vis alle tijd heeft om je aas te observeren voordat ze het pakken. Je presentatie moet dus perfect zijn! De nieuwe (2017) GUNKI G’FISH SCREW koppen lijken ideaal te zijn voor deze ultra-natuurlijke presentatie. Wordt vervolgd!

Pelagisch verticalen is een techniek die geweldig is voor het belagen van grote vis die leeft bij steile taluds of die een manier van jagen in half water heeft ontwikkeld (pelagisch). Je bent meer tijd kwijt met het zoeken naar vis dan dat je aan het vissen bent. Afhankelijk van de tijd van het jaar, met name in de zomer, is het niet de meest productieve manier. Voor en na de paaitijd denk ik echter dat er geen methode is die je een grotere adrenaline-kick geeft! Je vind een echo, kijkt, houd de adem in terwijl je ziet hoe je kunstaas op het beeldscherm langzaam zinkt. Je ziet de vis het aas nemen, slaat zo hard aan als je kunt, terwijl de vis probeert de hengel uit je hand te rukken en vervolgens voor zijn vrijheid vecht! Is het gevecht voorbij, de foto gemaakt en de vis terug gezet, begint het spel van voor af aan. Simon Torenbeek zei in onze film niet voor niets: “pelagisch vissen is niet goed voor je hart!”

Als je vragen hebt, neem dan gerust contact met me op via de officiële Facebook pagina van GUNKI SCANDINAVIA: ww.facebook.com/gunki.scandinavia

Het beste!

Thobbe.