DE HOLLANDSE GEMENE, GROENE VREETMACHINES

Als fanatiek snoekvisser belaag ik de snoek op allerlei watertypes. Grote meren, riviersystemen of kanalen, ik vind het geweldig om achter die gemene, groene vreetmachines aan te gaan.

Omdat Nederland voor een groot deel onder zeenivo ligt zijn er op veel plekken kleine kanalen gegraven. Deze sloten zijn de perfecte habitat voor vriend snoek. Er zijn ontelbaar veel manieren om de snoeken in deze sloten te vangen, maar het zogenoemde 'spinvissen' vind het veruit het mooist. Met een lichte spinhengel en klein kunstaas eropuit dus!

Voor deze manier van vissen gebruik ik de Gunki Saburau Hayashi (2,10m & 7-28 gr) hengel. Met deze hengel heb ik een ontzettend breed arsenaal aan kunstaas wat ik kan vissen. Echte 'musthaves' voor in de poldersloten zijn toch wel de Itoka 155F en de Grubbyshad 4,1”.

Door de demonteerbare zwemlip, is de Itoka 155F eigenlijk twee kunstaasjes in één. Met lip duikt deze swimbait naar ongeveer één meter diepte, perfect voor polderslootjes dus.

Als je een stek tegenkomt die ondieper is, of als er veel waterplanten staan, kun je de zwemlip er met alle gemak even uit 'klikken'. Zonder lip zwemt de Itoka nogsteeds erg natuurlijk, maar nét onder het oppervlak. Twee kunstaasjes in één!

Mijn andere favorietje is de Grubbyshad 4,1”. De mogenlijkheden zijn eindeloos met een weedless haak, lichte 3 grams loodkopjes, fix'n flash spinnerbladen of andere toevoegingen. Het dikke buikje van de Grubbyshad geeft hem genoeg gewicht om te werpen en de staart laat hem ontzettend mooi, natuurlijk zwemmen.

Stinger haken zijn bij deze visserij niet nodig omdat het staartgedeelte van de Grubbyshad ontzettend zacht is. Ik mis nouwelijks vissen omdat de snoeken het kunstaas met alle gemak gwoon naar binnen zuigen!

Tight Lines

Simon